Neersjorren of direct-sjorren?

De meest gebruikte methoden voor het vastzetten van de lading met spanbanden zijn neersjorren (frictie) en direct-sjorren. Zie afbeeldingen van deze verschillende vormen van sjorren. Tevens vindt u ook een voorbeeld van een spanbanden label, in onderstaand artikel wordt met nummers hiernaar verwezen.

Wanneer gebruikt u STF en LC?

Hoewel de meeste producten voor beide methoden van ladingzekering kunnen worden gebruikt, worden er verschillende eigenschappen gebruikt voor de berekening. De STF-waarde (14) wordt gebruikt om extra neerwaartse kracht te creƫren die resulteert in wrijving bij het vastzetten van de lading. De LC-waarde (7) wordt gebruikt voor Direct-Sjorren. Bij het vastzetten van lading op een flatbed- of schuifzeil trailer is de LC-waarde van minder belang en moet de STF-waarde worden gebruikt. Hoe hoger de STF-waarde van de spanband, des te hoger de wrijvingskracht, hierdoor zijn er minder spanbanden nodig om de lading vast te zetten.

Bij het toepassen van Direct Sjorren wordt de Lashing Capacity (7) van de spanbanden gebruikt voor het vastzetten van de lading.

LC 2000 daN of LC 2500 daN?

Met sommige spanbanden, bijvoorbeeld met de LoadLok 811 Superior ratel, kunnen gecertificeerde STF-waarden tot 440 daN worden bereikt in combinatie met LC 2000daN bandweefsel. In dat geval is het gebruik van een LC 2000 daN spanband ecomomischer, zonder in te leveren op veiligheid.

Belangrijk: Het gebruik van de juiste eigenschappen in uw ladingzekeringsplan verhoogt de veiligheid, verkort de laadtijd en bespaart u op materiaalkosten. Neem contact op met LoadLok voor advies op het gebied van ladingzekering.

Gelieve de getallensequens in het hiernavolgende tekstveld in te voeren

De met een * gemarkeerde velden zijn verplichte velden.